Convenant Antibioticumresistentie dierhouderij

In 2008 hebben de sectoren varkens, vleeskuikens, vleeskalveren en melk-/vleesvee samen met vertegenwoordigers uit de veevoederindustrie en de KNMvD afspraken gemaakt die een reductie van de resistentie tegen antibiotica tot doel heeft. De afspraken zijn vastgelegd in het convenant antibioticumresistentie dierhouderij. Het convenant wordt uitgevoerd in de "commissie Werner". Om het doel te bereiken zijn per sector (master-)plannen gemaakt. De houders van voedselproducerende dieren hebben een belangrijke rol in het terugbrengen van het antibioticumgebruik.

De omstandigheden waaronder dieren worden gehouden en verzorgd zijn immers in hoge mate bepalend voor het antibioticumgebruik. Om het antibioticumgebruik drastisch terug te brengen zijn afspraken noodzakelijk zodat iedere veehouderij een steentje bijdraagt. Maar verminderen is niet het enige. Om reductie van resistentie te bereiken is ook de inzet van het soort antibioticum van belang. Met name de antibiotica die in ziekenhuizen als laatste middel tegen (multi-) resistente bacteriën worden ingezet dienen alleen in uiterste noodzaak te worden gebruikt.

Op dit moment zijn dat fluoroquinolonen en derde en vierde generatie cefalosporinen. Ze dienen bij voorkeur toegepast te worden na isolatie van een verwekker en gevoeligheidsbepaling. Uw dierenarts weet om welke producten het gaat en kan u daarover informeren. Om de dierenarts in de advisering en het voorschrijven te ondersteunen brengt de WVAB beleidslijnen uit: de formularia. Het formularium vleeskalveren, pluimvee en varkens maken in het kader van het convenant inmiddels onderdeel uit van de respectievelijke regelingen IKB Kalf, IKB Kip, IKB Varken en IKB Varken Nederland. Van de voorschrijvende dierenarts wordt in het kader van deze regelingen verwacht dat het bedrijfsspecifieke behandelplan is gebaseerd op het formularium.

Om de mogelijkheden aan te grijpen het antibioticumgebruik op het bedrijf te verminderen is een planmatige aanpak gericht op de gezondheid van dieren cruciaal.

  • de stallen,
  • de voer- en drinkwatersystemen,
  • het stalklimaat,
  • de stalbezetting,
  • de fokkerij,
  • het verplaatsen en transport van dieren,
  • de hygiënemaatregelen,
  • de kwaliteit van het voer en het drinkwater,
  • het vaccinatiebeleid,
  • het management door de veehouder,

 

Ze hebben allemaal invloed op de gezondheid van de dieren.

Verder is, daar waar mogelijk, onderzoek naar de verwekker en de gevoeligheid van belang om tot de juiste antibioticumkeus te komen. De aanpak in het convenant en de masterplannen richt zich dan ook op de gezamenlijke aanpak door de veehouder, de bedrijfseigen dierenarts en overige adviseurs.

De masterplannen

Het doel is het beperken van de resistentieontwikkeling. Het eerste middel daartoe is het juiste therapeutische gebruik van antibiotica.
Dit vergt een

  • juiste huisvesting en verzorging,
  • juiste voeding en juiste gezondheidsbewaking.

Het masterplan is helder over de verantwoordelijkheden 

:
  • huisvesting en verzorging zijn het domein van de dierhouder. 
  • Voeding is de verantwoordelijkheid van de voorlichter. 
  • De diergezondheidsbewaking is de taak van de praktiserende dierenarts. 
    • Antibioticakuren worden uitsluitend toegepast op recept en volgens de voorgeschreven dosering van de praktiserende dierenarts. 
    • De dierenarts schrijft uitsluitend een recept uit na een klinisch onderzoek van de dieren.

Volgens dit plan zal dat leiden tot het rationaliseren van het gebruik van antibiotica.
Het bereiken van de doelen wordt wetenschappelijk onderzocht en staat onder toezicht van een raad. 


Contact

Bezoekadres

De Molen 77
3995 AW Houten
 
Postadres

Postbus 421
3990 GE Houten

Tel.: 030 63 48 900
Fax: 030 63 48 909
E-mail: wvab@knmvd.nl