Alexander Fleming ontdekte in 1928 dat de schimmel
Penicillium chrysogenum een natuurlijke stof uitscheidt die bacteriën doodt. Deze stof in de zuivere vorm werd bekend als penicilline. De ontdekking heeft vele levens gered omdat bacteriën die mensen en dieren ziek maken met penicilline konden worden gedood.
Vanaf de ontdekking van penicilline is de zoektocht naar stoffen die bacteriën doden of de groei remmen gestart. Omstreeks 1935 werd sulfanilamide ontdekt, een chemische stof die bepaalde bacteriën goed bestrijdt. Deze niet natuurlijke stof werd een chemotherapeuticum genoemd. Al met al zijn er nu zo’n 6000 verschillende antibiotica bekend.
Uit onderzoek werd duidelijk dat bepaalde bacteriën ongevoelig waren of resistent werden voor antimicrobiële stoffen. Bij het gebruik van steeds nieuwe antibiotica blijkt keer op keer dat bacteriën ongevoelig kunnen worden voor de werking. Antibiotica gebruiken betekent dat bacteriën vroeg of laat resistent kunnen worden.
Is
de werking van antibiotica een nieuw fenomeen? Schimmels maar ook bacteriën kunnen zelf antibacteriële stoffen maken en resistentie bij andere bacteriën te weeg brengen. Zo zijn in monsters van ijs verzameld in het noorden van Canada meer dan 2000 jaar oude bacteriën gevonden die resistent waren tegen ampicilline, een van de veel gebruikte antibiotica in de huidige gezondheidszorg. Ongevoeligheid en resistentie voor antibiotica zijn van nature aanwezig.