De werkzaamheid van antibiotica wordt bepaalt door het aangrijpingspunt in de bacterie en is onder te verdelen in een viertal groepen mechanismen:
- remming van de synthese van de celwand (betalactam antibiotica, vancomycine, bactitracine);
- het beschadigen van de celmembraan (polymyxines, polyenen);
- ingrijpen in de functie van het nucleine zuur als onderdeel van het chromosomale DNA (nitroimidazolen, nitrofuranen, quinolonen, rifampicine) of de intermediaire nucleïnezuur stofwisseling (sulfonamide, trimethoprim);
- remming van de eiwitsynthese door beïnvloeden van het ribosoom (aminoglycosiden, feicolen, lincosamiden, macroliden, streptograminen, pleuromutilinen, tetracyclinen)
Omdat ieder antibioticum een specifiek aangrijpingspunt heeft in of op de bacterie, kan deze zich ook eenvoudig weren tegen de werking van het antibioticum, door bijvoorbeeld dit aangrijpingspunt aan te passen. Als dit tot gevolg heeft dat het antibioticum zich minder goed of niet meer kan hechten, is de bacterie resistent.
(bron oratie dik mevius: resistentie een gevoelig onderwerp 26 november 2008)